Categorie archief: Nettie

Tuinieren voor (wilde) dieren

Boeken over diervriendelijk tuinieren hadden we al. Barbara Rijpkema gaat in haar boekje nog een stap verder. Ze bekijkt de tuin vanuit het oogpunt van de dieren. Geen flora zonder fauna en in een gezonde tuin gaan de twee nu eenmaal hand in hand. In dit kleurrijke boekje geen tips over hoe je dieren kunt verdelgen, maar des te meer over hoe je ze kunt verleiden om in jouw tuin hun thuis of tussenstop te maken.

Zelfs als je maar een paar vierkante meters tot je beschikking hebt, zul je versteld staan van de mogelijkheden voor wilde dieren’, zegt Rijpkema. Bouw een egelwoning of een insectenhotel. De gasten zullen ze weten te vinden. Heb je een tuin als een postzegel? Ook dan kan je broed- en overwinteringsplekken maken. Zelfs een balkon is zo aan te passen dat vogels er graag even aanwippen.

Dus: verban de slakkenkorrels, insectenbestrijders en mierenlokdozen voor altijd uit je tuin en maak er een paradijs voor dieren van. Want, zegt de auteur: ‘Je tuin delen met wilde dieren en van ze genieten als ze de weg naar het voedertafeltje, het nestkastje of de vijver weten te vinden, is het mooiste wat er is.’

Vind je de Atalanta een mooie vlinder? Bedenk dan dat deze trekvlinder brandnetels nodig heeft om zich voort te planten. Kijk hoe een lieveheersbeestje zich tegoed doet aan een luizensnack en geniet van een rondscharrelende egel.

Het boekje neemt je mee langs de seizoenen, te beginnen met de lente. Het is overzichtelijk ingedeeld naar maanden, dieren en bomen en planten in de tuin. Welke haag vinden merels het fijnst om in te nestelen? En welke vogel eet wat wanneer?

Tuinieren voor (wilde) dieren biedt een schat aan tips en ideeën voor een beestachtig mooie tuin. Het is een must read voor iedereen die natuur belangrijk vindt. Het zou op het bureau moeten liggen van alle beleidsmakers bij overheden die zich met stadsinrichting en landschap bezighouden. Woningcorporaties moeten het cadeau doen aan hun huurders.

Zet buzz-woorden als biodiversiteit en duurzaamheid om in actie. Steek ook zelf de handen uit de mouwen, want de natuur kan al beginnen op je eigen drempel.

Tuinieren voor (wilde) dieren – Maak van je tuin een beestenboel
Barbara Rijpkema
112 pagina’s, fullcolour met foto’s en illustraties
KNNV Uitgeverij, http://www.knnvuitgeverij.nl/NL/webwinkel/0/0/16308

Advertenties

Bermtoerisme

Degenen die niet in den vreemde afreisden deze zomer, konden en kunnen genieten van al het moois dat het Eiland van Dordrecht biedt. Waaronder de bijzondere bermen. Nog nooit heb ik zo veel bloeiende bermen gezien als dit jaar. Komt het door de crisis of werkt de gemeente echt aan meer biodiversiteit?

Hoe dan ook, vrolijke kamille, gele dille en wuivende grassen zijn nu overal langs vrijwel elke weg te vinden. Ze volgden in het kielzog van de klaprozen en het fluitekruid, die we al eerder konden bewonderen. Ik geniet met volle teugen van elk autoritje. Zelfs nu al dat moois me nogal hooikoortsig maakt.

De mooiste bermen zijn te vinden op de Staart, bij de gevangenis en aan de Baanhoekweg. Daar heeft het geploeter van de bloemendames en -heren van de werkgroep Natuur, Voeding en Gezondheid van het Platform Duurzaamheid en een beetje hulp van Moeder Natuur geresulteerd in een ware bloemenextravaganza.

Ook de insecten doen zich te goed aan de bloemenrijkdom. Het is een bijzonder cadeautje voor hommels, bijen en vlinders. En voor ons natuurlijk…

Hatsjoe!!!

Stadswandelaar Nettie, met dank aan Stadswandelaar Richard voor de foto

Dieren SOS

Het is een trillend hoopje ellende. Aan zijn snavel hangt een druppel bloed en waar eerder in zijn nek nog fluorescerend turkooizen veertjes zaten, gaapt nu een bloederige kale plek. Het einde van de houtduif in het gras naast het hondenuitlaatpad lijkt nabij. Wat te doen? Pak ik hem op en probeer ik hem te helpen of laat ik de natuur haar werk doen?

De discussie over het wel of niet opvangen van zieke en gewonde wilde dieren laait regelmatig op in de media. Laatst nog, over de opvang van zieke zeehonden. ‘Een kwestie van fatsoen’, volgens het centrum van Lenie ’t Hart.

Voor wetenschapsjournalist Rob Buiter is het punt bereikt ‘dat je vooral je eigen gemoedsrust sust met de opvang van deze dieren.’ En: ‘De overheid zou de opvang van dieren die een natuurlijke dood dreigen te sterven moeten verbieden.’ ‘Het natuurlijk evenwicht van de Waddenzee is in gevaar’, zegt Anton Hurkens, directeur van Ecomare.

Niet álle gewonde dieren hebben hulp nodig’, vindt ook directeur Frank Dales van de Dierenbescherming. Hij maakt onderscheid tussen dieren die ziek of gewond zijn door natuurlijke oorzaken of door menselijk handelen. Een wild dier dat niet meer terug kan naar de natuur is niet gebaat bij levenslange opsluiting, redeneert hij. Daar heeft hij een punt, maar betekent ‘hulp’ dan altijd ‘opvang’?

‘Mijn’ houtduif wacht misschien nog veel pijn en stress voor hij een natuurlijke dood sterft. Wie weet wordt hij nogmaals gepakt door een vogel of opgejaagd door een hond. Doorlopen en niets doen kan ik niet over mijn hart verkrijgen en ik heb geen idee hoe ik de dood een handje moet helpen. Maar zelfs al zou ik wel weten hoe ik het beestje snel en pijnloos uit zijn lijden kan verlossen, zou ik het toch niet kunnen.

Ik pak mijn telefoon en bel de Dieren SOS: ‘Ik heb een gewonde duif gevonden… .’ ‘We komen eraan!’ Ik wikkel de duif in mijn sjaal en hou hem tegen mijn lijf onder mijn jas. Zijn pootje houdt hij stijf om mijn vinger geklemd. Hij ademt al wat rustiger. Als Moeder Natuur dan heeft besloten dat hij vandaag moet sterven, dan kan ik ervoor zorgen dat hij niet langer hoeft te lijden. Mijn gemoedsrust is gesust.

Stadswandelaar Nettie

Gek op egels – Hoe egels de wereld kunnen redden

AfbeeldingZe stinken, zijn vergeven van vlooien, leven solitair, zijn stekelig en komen alleen ’s nachts tevoorschijn. En toch kunnen zij wereldwijd rekenen op een schare fans en bewonderaars: egels. Ze waren al geliefd bij de oude Egyptenaren en de Mesopotamiërs.

Met typisch Engelse humor (overigens uitstekend vertaald door Maureen Kemperink) vertelt ecoloog Hugh Warwick hoe hij verslaafd raakte aan egels en de avonturen die hij met deze prikkelige bolletjes (Erinaceus europaeus) beleefde. Hij kroop onder meer nachtenlang met hen door heggen en sloten.

Warwicks boek barst van de leerzame weetjes over deze bijzondere zoogdieren. Bijvoorbeeld: ze beschikken over vijf- tot zevenduizend stekels, rollen zich binnen 0,01 seconde op en kunnen – wel even de rok optrekken! – een topsnelheid van 9 km/u bereiken. Voor culinaire durfallen is er een recept voor spaghetti carbonara met stukjes egel. Egels komen voor in de bijbel, sprookjes, strips, films, boeken en logo’s.

In het boek laat de auteur een bonte parade van egelkenners en -liefhebbers de revue passeren. Maar ook egelhaters (voornamelijk obsessieve vogelaars) komen aan bod. Zelfs speciale egel-exterminators! Er zijn in het verleden meerdere grootschalige vervolgingen van egels voorgekomen. In China gaat Warwick op zoek naar zijn stekelige naamgenoot (Hemiechinus hughi) ‘die de laatste honderd jaar pas twaalf keer was gezien’.

Waarom juist dit dier zo veel aanbidders heeft, is een vraag die Gek op egels ruim beantwoordt. Warwick zegt het zo: ‘Geen enkel ander wild dier is te vergelijken met de egel – geen enkel ander wild dier staat ons toe zo dichtbij te komen. Neus aan neus met een egel kijk je recht in zijn ogen en vang je een glimp op van het echte leven in het wild.’

In het laatste hoofdstuk ontpopt de auteur zich als advocaat voor de egels. ‘Egels zijn behoorlijk robuuste wezens. Zij komen voor in verschillende soorten en maten sinds de begintijd van de zoogdieren, de eerste versies zelfs al in de nadagen van de dinosaurussen. Ze overleefden ijstijden, mammoeten en sabeltandtijgers en wisten bovendien een symbiotische relatie op te bouwen met de voornaamste predatoren, mensen. Maar het lijdt geen twijfel: egels worden bedreigd.’

Hoe kunnen deze koddige insecteneters de wereld redden? ‘De egel heeft veel te vertellen over onze manier van leven en wat er nog over is van de natuurlijke omgeving.’ De gezondheid van alle wilde dieren gaat achteruit en dat moeten we ons aantrekken. ‘Als we de buitenwereld zo ongastvrij hebben gemaakt dat egels nergens meer kunnen gedijen, dan is het enige wat er voor hen nog overblijft hun intrek te nemen in een kooi met een molentje erin.’ En: ‘Egels zijn een soort stekelige kanaries, zij waarschuwen ons voor een explosief mengsel in de atmosfeer.’

Gek op egel is grappig, leerzaam en onderhoudend. Een boek dat je keer op keer wilt herlezen. Een boek dat ons zonder ook maar eenmaal belerend te zijn, leert om meer dan waardering te hebben voor de natuur. Stadwandelaar Nettie

Gek op egels – Hoe egels de wereld kunnen redden, Hugh Warwick, KNNV Uitgeverij, speciale actieprijs tot en met 31 december 2011: http://www.knnvuitgeverij.nl

Scholekstermania

Foto: K-J. Visser

De Dordtse Kil III. De eerste keer dat ik er kwam was begin maart. Het was op een zondag en ik reed rond op het industrieterrein om uit te zoeken waar het kantoor van Dordt Centraal precies was. De ochtend erna moest ik daar zijn voor een sollicitatiegesprek. Verdwalen doe ik net zo gemakkelijk als autorijden, dus een grondige voorbereiding is geen overbodige luxe.

Het is een industrieterrein zoals je overal in Nederland vindt. Een grotendeels lege vlakte, doorkruist met wegen en hier en daar een plukje bedrijven en kantoren. De bouwplannen voor nieuwe bedrijfspanden in de kiem gesmoord door de crisis. Behalve werk, heeft niemand er iets te zoeken, dacht ik.

Ik kreeg de baan en in juni begon ik mijn baantje als journalist. De eerste dag dat ik aan ‘mijn’ bureau aan het raam zat, zag ik een haas voorbij huppelen. Een dag later een scholeksterkoppel (Haematopus Ostralegus). Elke werkdag zag ik de vogels met hun opvallende oranje snavels en roodomrande ogen rondscharrelen op zoek naar wormen. Het Stadsdepot, onze buur, houdt het grasveldje waarop ik uitkeek goed kort en daar houden ze van.

Nog meer hazen, aalscholvers en een keur aan vogels bevolkten mijn uitzicht, maar mijn favorieten waren toch de scholeksters. Ik had er nog nooit eerder een gezien. Er zijn wetenschappers die voorspellen dat dit prachtige dier binnen een jaar of tien zal uitsterven, terwijl ik iedere dag van ze mocht genieten.

Tot de dag dat er nog maar eentje was. Lang hoopte ik dat zijn wederhelft weer zou opduiken. Tevergeefs. Na een week of wat foerageerde het dier in stilte. Zijn eerdere klagende geroep naar zijn maatje had niets uitgehaald.

Tijdens mijn laatste week op de redactie bleef het veldje achter het depot leeg. Ook de laatste scholekster was verdwenen. Voor ik na mijn allerlaatste werkdag in mijn auto stap, laat ik nog eenmaal mijn blik over het grasveld dwalen. Stiekem hoop ik dat hij vertrokken is naar nog groenere weiden. Ergens waar hij niet meer alleen hoeft te zijn. Stadwandelaar Nettie

Lastpakken

NijlgansNijlganzen in Rotterdam Feijenoord (Foto: Stadswandelaar Richard)

Dieren, je moet er maar last van hebben. Op Terschelling durven mensen niet meer te fietsen uit angst om aangevallen te worden door een horde Schotse hooglanders, wilde zwijnen en bronstige edelherten maken de wegen op de Veluwe onveilig en reeën plunderen keurige voortuintjes in het schone Zandvoort. Ook vliegende dieren kunnen zich ontpoppen als lastpakken. Vogels zijn enig, zo lang ze niet poepen op heilige koeien, snoepen uit al dan niet commerciële visvijvers of boeren voor de klompen lopen.

En dan is er Henk. Henk heeft last van álle dieren die zich niet aan de ‘regels’ houden en die dierenbeschermers zijn helemaal een nagel aan zijn doodskist. Hij mijdt ze als de (varkens)pest. Het leven van een staatssecretaris valt niet mee hoor. Hij waarschuwt gemeentes niet zulke watjes te zijn en snel te beginnen met het ‘beheren’ van al dat ongewenste en ongehoorzame dierentuig. Want wie weet welk een rampspoed over ons heen zal komen als wij de natuur en de dieren daarin vrij spel zouden geven.

De dieren zijn het lijdend voorwerp. Ze hebben niets in te brengen. Ze leven in de gebieden die wij afpalen en waarvan wij zeggen dat ze zich er ‘vrij’ mogen bewegen. En dan niet te veel van dattum, want de geboortecijfers en afschotquota zijn al in keiharde cijfers vastgelegd. Zo lang dieren zich gedragen en zich houden aan de regeltjes die beleidsmakers hebben bedacht, zijn ze welkom in Nederland. Stoute everzwijnen of edelherten worden onverbiddelijk afgeschoten, tenzij ze in een gemeente leven waar de softies aan de macht zijn.

Het o zo Nederlandse opgeheven vingertje geldt ook voor dieren. Pas op hoor, of ik doe je wat! En de dieren? De dieren doen wat ze altijd hebben gedaan. Ze gaan zo goed en zo kwaad als het kan hun natuurlijke gang. De natuur is tot een probleem gemaakt dat beheerst en gemanaged moet worden. De natuur wordt ontworpen op tekentafels door mensen die daarbij bedenken hoe de dieren zich in die ‘gemaakte’ wereld zouden moeten gedragen. Want het idee dat de natuur zelf wel weet hoe het moet, dat is wel heel radicaal en potentieel levensgevaarlijk, vinden velen. Stadswandelaar Nettie

Operatie Nijntje

Operatie NijntjeHoe vang je een konijn? Deze vraag hield me wekenlang bezig. Sinds de dag dat ik het ‘wegwerpkonijn’ voor het eerst zag rondhupsen in het park. ‘Gewoon in z’n nekvel grijpen’, was het advies van voorbijgangers. ‘Grijp hem waar je maar kunt. Desnoods aan zijn oren’, adviseerde de professionele dierenvanger die ik om hulp had gevraagd. Ze vangt alles, van albatrossen tot hangbuikzwijnen. Ook zij probeerde het beestje meermalen te vangen. ‘Een wilde kat vangen is makkelijker dan een konijn’, verzuchtte ze toen we het nog een keer samen probeerden.

Gewapend met mijn rode Gourmet-kattentas en een zak Crunchy krokante muesli loop ik voor de zoveelste keer naar het park. Het is zondagavond en het regent een beetje. Het konijntje zit niet in de bosjes waar ik hem meestal zie. Dan spot ik hem in de dierenweide. Een geitje geeft hem net een speels kopstootje; een knobbelgans blaast naar hem.

Ik ga op een bankje bij het hek zitten en roep hem. ‘Hee lief! Kom maar hier. Ik heb lekkere brokjes.’ Ik denk aan het advies van de Dog Whisperer. Je moet denken aan wat je wilt dat er gebeurt. Niet aan waar je bang voor bent dat gebeurt. Ik visualiseer dat hij zelf de kattentas in loopt en dat ik die dan vliegensvlug dichtrits. Even later kruipt hij onder het hek door en komt hij aangehuppeld. Muesli, yummie! Hij heeft me al zo vaak gezien dat hij weet wat voor lekkers ik bij me heb.

Ik hoor de woorden van Cesar Millan in mijn hoofd, terwijl het konijntje steeds dichterbij komt. Hij besnuffelt de tas van alle kanten. Het duurt even voor hij de open flap heeft gevonden. Voorzichtig steekt hij zijn kopje in de tas en grist een brokje weg. Hij peuzelt het buiten bereik op. Geduld, maan ik mezelf. Geduld! Elke keer loopt hij iets verder de tas in. Ik sla toe…

Nog beduusd door mijn plotselinge succes, sta ik een halfuur later met mijn vangst in de opvang. Er staat al een hok voor hem klaar. ‘Beetje mager, een loopoog, maar verder gezond’, is de diagnose van Hannie, de vrouw die zich over hem wil ontfermen. ‘Ik zal goed voor hem zorgen.’ Ik geloof haar, maar het kost me moeite om hem achter te laten.

Deze week ben ik bij hem op bezoek geweest. Hij is bij de dokter geweest. Zijn traanbuis is doorgespoeld en hij is gecastreerd. Hij heeft veel geslapen hoor ik. Hij laat zich nu zonder problemen oppakken en ik aai hem langdurig. Ik ga hem missen ‘mijn’ konijn. Als ik wegga, ligt hij uitgestrekt en diep in slaap tegen de zijkant van zijn kooi. Voorpootjes opgetrokken onder zijn kin. Zijn witte neusje beweegt; hij droomt. ‘Je mag hem zo vaak je wilt komen bezoeken’, roept Hannie me na. De schat… Stadswandelaar Nettie

Eendjes voeren

Eendjes voerenEendjes voeren in het park of bij de kinderboerderij. Wie heeft het als kind niet gedaan? En nog steeds verdwijnen er dagelijks ontelbare oude broden en beschimmelde kontjes in de magen van eenden en ander wild.

De meningen zijn verdeeld over hoe slecht brood is voor de dieren. Tegenstanders beweren dat het leidt tot een vroegtijdige dood. Tegelijkertijd zijn er biologen die dat onzin vinden. Zeker is dat al dat brood in het water slecht is voor de waterkwaliteit, en uiteindelijk voor de vissen. Daarbij trekt het ratten en ander gespuis aan.

Als de onbedwingbare neiging van mensen om wilde dieren te voeren zou stoppen bij eenden, zou de schade nog te overzien zijn. Maar mensen negeren massaal verboden om dieren te voeren in (wild)parken, bij kinderboerderijen en hertenkampen. Menig hert heeft ernstige darmproblemen overgehouden aan deze burgerlijke ongehoorzaamheid.

Voeren kan zelfs leiden tot een enkele reis naar de slager. Konikspaarden in de Hoeksche Waard worden mogelijk geslacht, omdat ze mensen lastigvallen, nadat ze gevoerd en aangehaald zijn. In Brabant zijn acht jonge stieren gedood, omdat wandelaars ze eten gaven.

Waarom mensen het niet kunnen laten om wilde dieren eten te geven, is voer voor psychologen. De conclusie moet in ieder geval zijn, dat dieren onhandelbaar en gevaarlijk worden, doordat mensen het vertikken om zich aan de regels houden. De natuur schotelt dieren een gevarieerd en gezond menu voor. Zij hebben ons (oude) brood niet nodig. Dat hoort thuis in de groenbak. Of nog beter: koop eens wat minder brood! Stadswandelaar Nettie

Meer publicaties van Nettie zijn te lezen op: Kortwegdekker

Wegwerpkonijn

WegwerpkonijnIllustratie: stadwandelaar Richard

‘Maar papa, waar moet hij straks slapen?’ ‘Zie je die stal daar? Daar ligt allemaal lekker hooi in. Net als in zijn eigen hok. Kan hij gezellig bij de geitjes en de schaapjes liggen ’s nachts.’ ‘Maar wie gaat hem nu zijn eten geven?’ ‘Geen probleem jongen, zie je die weide daar? Er is zo veel te eten hier! Echt geloof me, dit is een paradijs voor konijntjes. Eigenlijk is dit veel leuker voor hem dan zijn hok in de achtertuin. Hier is hij in de natuur en kan hij rennen en springen zo veel hij wil. Kom, zet hem nu maar neer in dat bosje daar. We moeten nog veel doen voordat we naar de camping gaan.’ ‘Maar…’ ‘Kom op nou. Stop met zeuren. En niet huilen! We kopen gewoon na de vakantie gewoon een nieuwe. Doen we dan een zwarte. Oké?’

Dit gesprek stelde ik me voor toen ik voor de zoveelste keer een tam konijntje zag rondhupsen in het park. Gedumpt door ‘zijn’ mensen. Ik probeer me voor te stellen hoe het moet voelen voor het beestje, zo in de ‘natuur’. Waarschijnlijk heeft hij voordat zijn baasjes hem hier achterlieten, nooit iets anders gezien dan de binnenkant van een hok. Misschien kreeg hij een paar minuten per dag aandacht. Misschien ook niet. En daar zat hij dan. Dag in dag uit door de tralies te kijken van zijn mogelijk veel te kleine hok. Zonder gezelschap, zonder afleiding.

En nu is hij hier. Hij is geen wild konijn. Hij heeft niet geleerd wat de gevaren zijn van een leven in het wild. Overal dreigt gevaar. Sommige gevaren heeft hij al leren kennen, en ternauwernood overleefd. Er vliegt bijna dagelijks een hond achter hem aan. Tot nu toe heeft hij ze allemaal weten te ontlopen, de rovers. Geen hond, kat, reiger of kraai heeft hem te pakken gekregen en verscheurd. Wat hij niet weet, is hoe hij droog moet blijven in de onafgebroken regen. Hoe hij zich warm kan houden ’s nachts. Het hooi, dat hij nodig heeft om te overleven, ligt achter het hek, in de geiten- en schapenstal zo’n 50 meter verder.

Was zijn leven eerder waarschijnlijk dodelijk saai, nu heeft hij stress. 24/7. Als andere dieren hem niet te pakken krijgen, zal hij sterven van de honger, kou, stress of een infectie. Zijn baasjes hebben hem hier achtergelaten om langzaam dood te gaan. Voor een paar euro per dag hadden ze hem tijdens de vakantie naar een opvang kunnen brengen. Voor een paar tientjes naar een asiel. Maar ja, dat kost geld. Meer geld dan een nieuw konijn. En op vakantie gaan is al zo duur… Stadswandelaar Nettie

Meer publicaties van Nettie zijn te lezen op: Kortwegdekker

In memoriam – Scarface

Scarface‘Je houdt van ze en dan raak je ze kwijt’, concludeerde een kennis eens, toen bleek dat haar hond kanker had. Ik houd van Scarface en nu ben ik hem kwijt…

Alle katten zijn bijzonder, maar Scarface was er een uit duizenden. Niets kreeg hem klein. Niet zijn eerdere leven als verwilderde zwerver, met al zijn gevaren en voortdurende honger. Niet de beten van de hond die hem eens aanviel. Niet de andere kleine en grotere ongelukken die hem in de loop der jaren overkwamen. Zelfs niet de ziektes die hem een jaar geleden begonnen te plagen: een rotte tand, de gangreen aan zijn tong, of de kanker die de dokter constateerde.

Tien jaar hebben we elkaar gekend. Eerst van grote afstand, toen hij nog zo wild was, dat ik niet in zijn buurt mocht komen. Jaren later van iets dichterbij, toen hij zijn intrek nam in een hokje op het balkon. Hij hield me gezelschap, toen ik twee jaar geleden Miss Daisy begroef in de tuin. De dag erna zette hij voor het eerst aarzelend een pootje over de drempel van mijn huis. Het werd het eerste stapje naar een comfortabel en liefdevol leven als huiskat.

Precies een jaar geleden nam hij voorgoed zijn intrek in mijn huis. Hij had zijn angst voor dichte deuren en het leven met een mens overwonnen. Hij was gaan houden van de dagelijkse rituelen, zoals onze kroel-, kam- en aaisessies. Hij had zijn favoriete dekentje en een eigen stoel om op te slapen. Hij leerde zelfs pootjes geven, als hij solliciteerde naar een lekker hapje.

De laatste dag van zijn leven heeft hij zonnebadend doorgebracht. Het was een van zijn meest geliefde hobby’s. Die avond luidde een nietig bloedpropje zijn dood in. De volgende ochtend, op dinsdag 19 maart, om iets voor half 9, gaf de dierenarts hem de injectie die een einde maakte aan zijn leven.

Zijn leven als huiskat is te kort geweest. Ik mis mijn huisgenoot, beste maatje en held. Het leven was leuker toen hij er nog wel was. Helaas kan zelfs de grootste hoeveelheid liefde de dood niet voor altijd op een afstand houden.

Vaarwel mijn lieve Scarface! Stadswandelaar Nettie

kattenpagina | kortwegdekker

Tuinreservaat

Paartje KapoentjesHet is een zeldzaam mooie lentedag. Het is dinsdagmiddag en ik heb onverwachts vrij. Een luxe voor deze hardwerkende zelfstandig professional. Het is wonderlijk stil in de buurt. Ik sta in mijn tuin en het enige geluid van menselijke activiteit dat ik kan ontwaren, is het nijdige gebrom van een hogedrukspuit in de verte. Ik besluit mezelf te trakteren op een middag in de ‘natuur’.

Zo gauw als ik mezelf met een boek in een ligstoel op het terras heb gedrapeerd, krijg ik gezelschap van buurpoes Guus. Hij vlijt zich tevreden neer aan de rechterkant van mijn stoel. Huisgenoot Scarface is een tikkie jaloers en confisqueert onmiddellijk de linkerzijde. Eén oog open en strak gericht op Guus, want die gast vertrouwt hij niet, zo dicht bij zijn baasje.

De katten zijn niet de enige dieren die me gezelschap houden. Naast me hangen een paar slakken aan de pergola. Mieren inspecteren de voegen tussen de terrastegels en pissebedden scharrelen rond bij een stapel stoeptegels. Lieveheersbeestjes snoepen van de eerste groene luizen op de net ontloken rozenblaadjes en kleine spinnetjes warmen zich op de schutting aan de lentezon. Bijen vliegen af en aan om de nectar uit zo veel mogelijk blauwe longkruidbloemetjes te drinken.

Als ik om me heen kijk, zie ik overal activiteit. Mijn tuin is groene oase, die wemelt van het leven. Bijzonder, zo te midden van de betegelde en braakliggende buurtuinen. Ik ben trots op mijn stadsreservaat, en alles wat er leeft en zich er thuis voelt. De heren Pokon en HG komen er bij mij niet in, met hun dodelijke mierenlokdozen, slakkenkorrels, mierenpoeder en luizenspray. Ik hanteer al jarenlang een strikt no-kill-regime.

Wespen, bijen, hommels en ander kruipend en trippelend gespuis, ze zijn allemaal welkom. In tegenstelling tot de ideeën die tegenwoordig gangbaar zijn in het Haagse, heb ik een rotsvast vertrouwen dat de flora en fauna zich prima zelf kunnen ‘beheren’. En als ik zo rondkijk in mijn tuinreservaat, dan kan ik alleen maar concluderen dat het werkt. De enige bewoner die nog ontbreekt in mijn collectie, is de stekeligste der stadfauna: een egel. Zelfs in de paradijselijke Hof van Dekker blijft er gelukkig nog iets te wensen over. Stadswandelaar Nettie

Meer blogs van Nettie Dekker kunt u lezen op haar Blogspot: Kortweg Dekker

Kaalslag

Kaalslag

Gastwandelaarster Nettie Dekker geniet tijdens haar pauzes van de broodnodige frisse lucht tussen het weldadige groen van het park. Het is voor haar dan ook slecht te verteren dat de verwoestijning oprukt tot aan de voordeur:

Er heerst een gevaarlijke en uiterst besmettelijke ziekte in mijn wijk die vooral de kop opsteekt in vakantietijd. De ziekte heeft inmiddels epidemische vormen aangenomen en lijkt niet meer te stuiten. Tuinen worden leeggerukt, planten en bomen ontworteld, die vervolgens gevoerd worden aan opengesperde en onverzadigbare groenbakmuilen. Het ruimen gebeurt met een passie alsof er een leger Oost-Aziatische boktorren opmarcheert naar de poorten van de buurt.

Geen sprietje mag er blijven staan. Dood aan het groen! Een paar dagen na de kaalslag arriveert er onveranderlijk een vrachtwagen met ettelijke kubieke meters zand en een pallet met – dit jaar meest – antracietkleurige betontegels of Chinees hardsteen. De tuintjes worden van voor naar achter, van links naar rechts bestraat. Meestal vindt een enkele pot met een per seizoen te vervangen plantje nog asiel in de grijze vlaktes.

Mijn natuur- en tuinlievende hart bloedt, want dit verschijnsel zal zich waarschijnlijk niet alleen in mijn buurt voordoen. Ik geef toe dat postzegels gerooid stadsgroen niet zo tot de verbeelding spreken als voetbalvelden aan gekapt tropisch bos, maar is het resultaat niet hetzelfde? Een levenloze woestijn van asfalt en beton rukt alsmaar verder op in onze binnensteden en Vinex-wijken.

Waar blijven Greenpeace en het Wereld Natuur Fonds? Heeft de stadsnatuur dan helemaal geen bescherming nodig? Is de trend van de onderhoudsvrije betontuin überhaupt nog te stoppen? Namens de vogels, vlinders, egels en de rest van onze stedelijke flora en fauna doe ik snel een schietgebedje: Lieve wie u dan ook wezen mag. Kunt u ervoor zorgen dat de wilde tuin snel weer snel in de mode komt? Stadswandelaar Nettie

Meer ecologisch verantwoorde, welzijns- en dierenonderwerpen van Nettie Dekker zijn te lezen op: Kortweg Dekker