Categorie archief: Planten

Nuttige sprinkhaan

Bij een nieuw bezoek aan de Elzen kwamen we deze groene sabelsprinkhaan tegen. De vrouwelijke uitvoering is te herkennen aan de legbuis, verscholen tussen de vleugels. In tegenstelling tot veel andere sprinkhanen, die planten eten is dit een insecteneter. MennoSW sprink

Advertenties

Galgeplaat

De Galgeplaat in Zwijndrecht schijnt een plek te zijn waar mensen ooit werden opgehangen en bleven hangen om iedereen af te schrikken. Voor ons een heel mooi natuurgebied waar paddestoelen welig tieren, scheepswrakken begroeid raken en de natuur zijn gang gaat. Menno

AfbeeldingAfbeeldingAfbeeldingAfbeeldingAfbeelding

Tuinieren voor (wilde) dieren

Boeken over diervriendelijk tuinieren hadden we al. Barbara Rijpkema gaat in haar boekje nog een stap verder. Ze bekijkt de tuin vanuit het oogpunt van de dieren. Geen flora zonder fauna en in een gezonde tuin gaan de twee nu eenmaal hand in hand. In dit kleurrijke boekje geen tips over hoe je dieren kunt verdelgen, maar des te meer over hoe je ze kunt verleiden om in jouw tuin hun thuis of tussenstop te maken.

Zelfs als je maar een paar vierkante meters tot je beschikking hebt, zul je versteld staan van de mogelijkheden voor wilde dieren’, zegt Rijpkema. Bouw een egelwoning of een insectenhotel. De gasten zullen ze weten te vinden. Heb je een tuin als een postzegel? Ook dan kan je broed- en overwinteringsplekken maken. Zelfs een balkon is zo aan te passen dat vogels er graag even aanwippen.

Dus: verban de slakkenkorrels, insectenbestrijders en mierenlokdozen voor altijd uit je tuin en maak er een paradijs voor dieren van. Want, zegt de auteur: ‘Je tuin delen met wilde dieren en van ze genieten als ze de weg naar het voedertafeltje, het nestkastje of de vijver weten te vinden, is het mooiste wat er is.’

Vind je de Atalanta een mooie vlinder? Bedenk dan dat deze trekvlinder brandnetels nodig heeft om zich voort te planten. Kijk hoe een lieveheersbeestje zich tegoed doet aan een luizensnack en geniet van een rondscharrelende egel.

Het boekje neemt je mee langs de seizoenen, te beginnen met de lente. Het is overzichtelijk ingedeeld naar maanden, dieren en bomen en planten in de tuin. Welke haag vinden merels het fijnst om in te nestelen? En welke vogel eet wat wanneer?

Tuinieren voor (wilde) dieren biedt een schat aan tips en ideeën voor een beestachtig mooie tuin. Het is een must read voor iedereen die natuur belangrijk vindt. Het zou op het bureau moeten liggen van alle beleidsmakers bij overheden die zich met stadsinrichting en landschap bezighouden. Woningcorporaties moeten het cadeau doen aan hun huurders.

Zet buzz-woorden als biodiversiteit en duurzaamheid om in actie. Steek ook zelf de handen uit de mouwen, want de natuur kan al beginnen op je eigen drempel.

Tuinieren voor (wilde) dieren – Maak van je tuin een beestenboel
Barbara Rijpkema
112 pagina’s, fullcolour met foto’s en illustraties
KNNV Uitgeverij, http://www.knnvuitgeverij.nl/NL/webwinkel/0/0/16308

Stadswandelaars gaan naar de Groene Loper

Uitgang wandeling 'Ruige oevers'
Ruige Oevers- 
De Stadswandelaars Richard en Marco nemen je mee langs het Rottekanaal dat ze in de weken voor de Groene Loper nog zelf met een machete begaanbaar hebben gemaakt.  Alleen geschikt voor ‘die hards’, natte schoenen, bramenschrammen etc. op eigen risico.

19 augustus vanaf 13.00 – 17.00 uur circa elk uur, startpunt Occupystand, je hebt een fiets nodig om er te komen. Adres: Gandhituin op de Gordelwegtuinen, Gordelweg tegenover de kop van de Bergsingel, direct links van de Hofbogen is het grote hek onder de Hofpleinlijn de ingang. Tekst: Groene Loper,  foto: Stadswandelaar Marco

Kijk voor meer info over de Groene Loper en diverse Rotterdamse groene hotspots op: www.groeneloper010.nl

Bermtoerisme

Degenen die niet in den vreemde afreisden deze zomer, konden en kunnen genieten van al het moois dat het Eiland van Dordrecht biedt. Waaronder de bijzondere bermen. Nog nooit heb ik zo veel bloeiende bermen gezien als dit jaar. Komt het door de crisis of werkt de gemeente echt aan meer biodiversiteit?

Hoe dan ook, vrolijke kamille, gele dille en wuivende grassen zijn nu overal langs vrijwel elke weg te vinden. Ze volgden in het kielzog van de klaprozen en het fluitekruid, die we al eerder konden bewonderen. Ik geniet met volle teugen van elk autoritje. Zelfs nu al dat moois me nogal hooikoortsig maakt.

De mooiste bermen zijn te vinden op de Staart, bij de gevangenis en aan de Baanhoekweg. Daar heeft het geploeter van de bloemendames en -heren van de werkgroep Natuur, Voeding en Gezondheid van het Platform Duurzaamheid en een beetje hulp van Moeder Natuur geresulteerd in een ware bloemenextravaganza.

Ook de insecten doen zich te goed aan de bloemenrijkdom. Het is een bijzonder cadeautje voor hommels, bijen en vlinders. En voor ons natuurlijk…

Hatsjoe!!!

Stadswandelaar Nettie, met dank aan Stadswandelaar Richard voor de foto

Straatsalade

Rucola
In de winkel betaalt men er goed geld voor, de pittige Rucola. De wilde variant, ook eetbaar, komt veelvuldig voor op straten en industrieterreinen. Deze zijn gespot voor de gevangenis van Dordrecht. Stadswandelaar Richard

Lentesalade

Het klein hoefblad, pionier van de lente in het wild, is al haast niet meer in bloei te zien. Een ware explosie van bloei is in plaats daarvan op gang gekomen. Dit was voor ons aanleiding om te kijken wat er aan eetbare flora te vinden was in de Hel- en Zuilespolder in de Biesbosch. Hieronder de plantjes die we hebben geproefd.

Pinksterbloem
De pinksterbloem (Cardamine pratensis)
 Een soort die in Nederland achteruitgaat. We hebben dan ook een enkel klein blaadje geproefd en de rest laten staan. Het smaakte bloemig met een pittige nasmaak, een lichte hint naar mosterd. De plant is rijk aan vitamine C. Hij bloeit in de periode voor Pinksteren, met eind april als hoogtepunt. De Pinksterbloem is een kruisbloem, dus familie van o.a. Kool, Veldkers en Herderstas.

Kleine brandnetel
De kleine brandnetel (Urtica urens)
De lentebrandnetels worden als de beste geacht. Vooral de verse blaadjes bovenin. Deze kunnen trouwens het hele jaar door geconsumeerd worden, ook van de Grote brandnetel. Vers kan de werking van de glashaartjes ongedaan gemaakt worden door het blaadje op te rollen en te wrijven. Het roosteren van Brandnetel boven een vuurtje doet hetzelfde, maar levert een droog-knapperig resultaat op. Er kan ook soep en thee van gemaakt worden. De Brandnetel heeft qua smaak een heel eigen karakter: ‘groen’ en een beetje stroef. Vers smaken ze wel fris daarbij. Langdurig veel brandnetelthee drinken is niet aan te raden. De thee wordt gebruikt als reinigingskuur, vanwege de vochtafdrijvende werking. Er voldoende ander vocht naast drinken, valt dus aan te bevelen. We hebben blaadjes geproefd van een netel die bovenin een knotwilg groeide, wat in verband met mogelijke besmetting met o.a. wormen van wilde dieren veiliger is.

Smeerwortel
Smeerwortel (Symphytum)
 Een plant die graag groeit op vochtige, zanderige, maar voedselrijke bodem. In weelderige grasranden is hij veel te vinden. In tuinen doet hij het ook vaak goed. Te goed volgens sommige tuiniers. Smeerwortel wordt medicinaal gebruikt en als groenbemester. De bladeren worden ook wel toegevoegd aan de composthoop. De kleine, onvolgroeide blaadjes zijn te eten, maar met mate! Dit exemplaar heeft al bloemknoppen.

PaardenbloemDe paardenbloem (Taraxacum officinale) Van oorsprong een immigrant uit Afrika die door de mens is verspreid (Wikipedia.) Het is een composiet, dus familie van o.a. de Zonnebloem, Margriet, Witlof, Distels en Artisjok, een hele grote familie! De paardenbloem komt onder heel veel omstandigheden voor in vele variaties. Hij wordt ook wel Molsla genoemd omdat de opkomende bladeren in het donker werden gehouden. De bleke bladeren werden dan gegeten. De groene zijn echter ook eetbaar. Lekker op bijvoorbeeld een boterham met kaas (Midas Dekkers). Dit hebben we niet gedaan, omdat de bladeren, in een rozet, dicht bij de grond groeien. Goed wassen van te voren is dus een ‘do’ wanneer je niet zeker bent van de omgevingsfactoren. Dat kan bijvoorbeeld in water met zoutoplossing. Stadswandelaars Marco en Richard

Stadswandelaars vers voor de pers

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.


Vandaag ben ik best een beetje trots: de Stadswandelaars halen de krant! Na een jaar hard werken aan de site, samen met alle andere wandelaars, heb ik zojuist een interview-wandeling gemaakt met journaliste Margot.

Lopend langs de Zuidendijk en Zeehavenlaan, praatten we over het ontstaan van de site en de gedachten erachter: de stad als habitat van mens, dier, plant en de relaties ertussen. Ook namen we diverse aspecten van het leven in de stad onder de loep, van zwerfvuil tot krakersteksten, stadslandbouw en ecologie.

Bij de Zeehavenlaan beleefden we even zo’n moment dat paste in de besproken thematiek. Een gehavende kikker lag uitgeblust op de stoep. Zijn achterpoot was wat gehavend en het lopen ging hem moeilijk. Wat doe je dan? Verlos je hem uit zijn lijden, of vertrouw je op het grote herstelvermogen van zo’n beestje? Reigers hebben daarnaast ook nog eens trek. We konden het toch niet over ons hart verkrijgen hem dood te maken en hebben hem op een iets veiliger plek in een perkje gezet. De natuur beslist.

Het was een stadswandeling vol Dordtse geschiedenis en actualiteiten. Ik ben zeer benieuwd naar het resultaat. Met dank aan Margot, Hanneke en alle andere ijverige Stadswandelaars rollen we volgende week vers van de pers bij AD de Dordtenaar! Stadswandelaar Richard

Op dakenjacht

Platte dakenDORDRECHT- Platte daken zijn nog nooit zo boeiend geweest. Normaal gesproken geen andere functie dan bedekking. Maar nu de steden voller worden, moeten we daken een nieuwe kans geven. Een openbaar terras lijkt mij wel wat met vereiste hoge omheining (vanzelfsprekend voor de veiligheid van onze kids én onze volwassenen die iets te veel in het glaasje kijken). Of volbouwen met gesubsidieerde zonnepanelen, exclusieve feesten voor de niet bestaande Dordtse high society of toch een extra verdieping erbij voor al die extra singles? Nee, dé oplossing voor een plat dak is stadslandbouw. Ja, landbouw midden in het centrum!

Daken hebben een zeer nuttige functie, maar hebben toch overduidelijk last van een minderwaardigheidscomplex. Ook niet meer dan logisch, ze zijn zelfs onze blik niet waardig. Met stadslandbouw gaan we de enorme eenzaamheid van daken te lijf. Een steeds groter wordend probleem. Daken worden zo dé ontmoetingsplek voor leerlingen, werklozen, ondernemers, mensen van sociale werkplekken, toeristen en inwoners. Daarnaast verdienen daken met stadslandbouw hun eigen boterham en voelen zij zich eindelijk thuis in de op onze economie gerichte samenleving. Daarnaast leveren de daken (zo is mij in vertrouwen toegefluisterd door een van de daken) graag een bijdrage aan innovatie, gezonder voedsel, prachtige vergezichten en binding met de natuur.

Om een heuse lobby te starten voor de Dordtse platte daken – wellicht kunnen we ook meer met schuine daken, maar dat is nog net een stap te ver voor m’n eigen denkvermogen – liep ik onlangs samen met een deelgenoot door het centrum. Een stijve nek was het resultaat (achteraf gezien een
slimmer idee om vanuit de Grote Kerk research te doen), met daarbij gelukkig vele ontdekkingen van mooie, grote, platte daken. De Sint ook blij. Na een middagje dakenshoppen tot het eindoordeel gekomen dat onder andere het dak van het Stadskantoor een uitstekende plek is. Een begin van een
verassende samenwerking met ambtenaren, een plat dak en de Occupy beweging?! Medestanders?

Of is deze gedachteflits over stadslandbouw nog net een stap te ver om de daken in Dordt wat meer zelfvertrouwen te geven? Stadswandelaar Thirza

Deze blog is het eerst gepubliceerd op i-dordt

Doel

Doel 2011 01

Ik ben de laatste tijd ontzettend geïnteresseerd in het (spook-)stadje Doel. Het ligt vlakbij Antwerpen. Het is de bedoeling geweest om deze stad te laten verdwijnen omdat er een droogdok moest komen.

Doel 2011 02Doel was tot 1977 een normale gemeente en telde in 1972 ca. 1300 inwoners. In  2007 telde Doel nog ongeveer 360 inwoners en in 2010 nog slechts 190. Volgens de laatste geruchten zouden er nu nog ongeveer 11 gezinnen wonen. (bron: Wikipedia)Doel 2011 04

Behalve de aanwezigheid van de inwoners en de dagjesmensen is dit een geweldige plek voor de planten en dieren. Deze vink (Fringilla coelebs) was niet bang voor ons.

De reden waarom ik zo graag in Doel kom, is dat de natuur de stad terugneemt en dat het mede door de graffiti een groot kunstwerk aan het worden is. Ik ben laatst met stadswandelaar Ruub hierheen geweest en hij keek zijn ogen uit. Stadswandelaars Ruub en Menno

Doel 2011 03

De natuur neemt terug

Het fort van de Chartreuse werd in 1817 gebouwd. Het huidige Belgie bestond toen nog niet en het fort werd onder Hollands regime gebouwd. Samen met Huy en de Citadel van Luik maakte het deel uit van de Hollandse bescherming tegen Frankrijk. Toen België in 1830 zich onafhankelijk verklaarde van Holland kwam het fort de la Chartreuse, ook wel fort Hollandaise de la Chartreuse genoemd, ook in handen van de Belgische staat. Chartreuse

Het totale terrein beslaat een oppervlakte van ruim 30 hectare. Er konden 3000 soldaten worden ondergebracht die er waarschijnlijk om onbekende reden nooit gelegerd zijn geweest. België kreeg bij zijn onafhankelijkheid in 1830 strikte neutraliteit opgelegd. Tijdens de oorlog tussen Duitsland en Frankrijk in 1870-1871 was deze neutraliteit en vooral zijn machtige artillerie de reden dat België zich buiten het Frans-Duitse conflict had kunnen houden.

Al was de oorlog tussen Duitsland en Frankrijk voorbij en gewonnen door de Duitsers, toch bleef het onrustig tussen beide landen en bleef de dreiging van een nieuwe oorlog bestaan. In eerste instantie had Frankrijk plannen revanche te nemen op Duitsland, maar later kwam de dreiging meer vanuit Duitsland zelf. Ze hadden plannen om nogmaals Frankrijk binnen te vallen omdat ze er een flinke oorlogsbuit hadden binnengesleept en dit hoopten te herhalen. Aangezien België tussen beide landen in lag was men bang dat bij een eventuele volgende oorlog de Duitsers Frankrijk via België zouden gaan aanvallen of omgekeerd. Vandaar dat in december 1886 Luitenant Generaal Brialmont door de minister van Defensie aangewezen wordt om een defensieplan op te zetten met als doel zich te verdedigen tegen zowel Frankrijk als Duitsland. Luitenant Generaal Henri Alexis Brialmont (1821-1903) was in die tijd een bekend militair en ingenieur. Brialmont bedacht een fortengordel rond Luik ter verdediging tegen de Duitsers en een gordel rond Namen ter verdediging tegen de Fransen. Tijdens de bouw overschreed Brialmont echter het toegestane budget en werd gedwongen met pensioen gestuurd.

Chartreuse 2Op 14 juni 1897 geeft de Belgische regering het eerste budget vrij voor de oprichting van een fortengordel met 12 forten rond Luik en 9 rond Namen. Op 1 juli 1888 krijgen Franse aannemers de opdracht de twee forten te gaan bouwen en al op 28 juli 1888 wordt met de bouw van dit enorme project gestart. Deze in niet bewapend beton gebouwde forten hebben meestal een drie- of vierhoekige vorm. Luik werd zo dus omringd door zes grote forten (Barchon, Fleron, Boncelles, Flemalle, Loncin, Pontisse) en zes kleinere (Evegnee, Chaudfontaine, Embourg, Hollogne,  Lantin en Liers). Voor Luik  besloot hij twaalf forten te bouwen die zich uitstrekten over 46 kilometer.  Elk fort lag ongeveer 7 a 8 kilometer vanaf  de stad en had een onderlinge afstand van ongeveer  3 a 4 kilometer van de naastliggende forten.  Zes forten werden aan de ene kant van de Maas werd gebouwd en de rest aan de andere kant.

Met het gereedkomen van het laatste fort in 1891 werd het fort van Chartreuse minder belangrijk en in 1892 officieel gedegradeerd als belangrijk militair object.

Toen echter de eerste wereldoorlog  aanbrak  werden zowel Chartreuse als de forten Huy en de citadel van Luik wel weer in de verdediging opgenomen, al was hun militaire betekenis gering.

Chartreuse 3Het fort van Chartreuse deed tijdens de eerste wereldoorlog dienst als gevangenis van de Duitse bezetter. Van de door de Duitsers gevangen genomen Belgen werden er 49 gefusileerd. Zij werden op het terrein begraven en bij de ingang van het fort staat een gedenkplaat met namen.  In de periode tussen de eerste en tweede wereldoorlog werd Chartreuse door de Belgen gebruikt als kazerne en waren er 2000 man gelegerd. Tevens werd er een groot gangenstelsel onder het fort aangebracht en werd het fort uitgebreid door de bouw van nieuwe gebouwen rond 1930. Tijdens de tweede wereldoorlog namen de Duitsers het fort in gebruik als kazerne, en tevens werden er delen als gevangenis voor krijgsgevangenen gebruikt. Na de bevrijding in 1944-1945 gebruikten de Amerikanen Chartreuse om er het 28e US Army General Hospital onder te brengen.

Daarna deed Chartreuse dienst als kazerne waar ook de bekende schrijver Hugo Claus zijn 6 weken durende opleiding van zijn dienstplicht vervult. Begin jaren tachtig verlaten diverse bataljons Chartreuse om elders ondergebracht te worden en sinds 1982 is het fort helemaal verlaten.

Chartreuse 4De natuur heeft grote delen geheel teruggenomen, grote bomen groeien op de vensterbanken en op de zoldervloer door het dak. In 2005 werd het lichaam van een 51 jarige vrouw op het terrein van Chartreuse gevonden die vermoord was door een drugsverslaafde aan wie ze geld had geleend. Toen ze het terug wilde hebben is ze vermoord waarbij de precieze toedracht onduidelijk is gebleven.

In februari 2006 wordt een deel van het fort gesloopt en in andere gebouwen is brand geweest.

Er zijn plannen het fort een nieuwe bestemming te geven waarbij het weer bij de stad aangesloten wordt en daarbij zijn historische kenmerken te bewaren.  Stadswandelaar Menno

 

Dordwijks reuzen

Oranjerie Foto: Cees Mastenbroek.

Door de poort en bij Hercules linksaf. Over het bruggetje, langs het paadje. Daar, iets voorbij de pagodebrug, staan ze. De twee meer dan 300 jaar oude zomereiken. Ze keken neer op de dans van leven en dood van zo’n tien generaties mensen. Ontelbare generaties vogels, vleermuizen en muizen zochten hun voedsel en toevlucht in en onder hun ruisende gebladerte. Samen zagen ze vele honderden keren de zomer plaatsmaken voor de herfst, de herfst overgaan in winter en de winter het voorjaar verwelkomen.

Het zijn levende monumenten, met hun dikke stammen en dichte kruinen. Wat hebben ze allemaal niet gezien, deze reuzen van Landgoed Dordwijk? Toen ze geplant werden was het landgoed pas 75 jaar oud. Tijdens hun leven zagen ze zo veel verschillende bewoners en bezoekers komen en gaan.

Bijna hadden ze het niet gered, toen het landgoed kreunde onder verderf zaaiende bommen. Sinds 1635, toen de rijke familie Van Beveren het landgoed liet bouwen om ‘de wijk’ te bieden uit de broeierige zomerse binnenstad, had het slechts mensen gekend die het wilden verfraaien, niet vernietigen. Midden jaren zeventig legde de laatste eigenaar en jonkheer het lot van zijn landgoed in de levenloze handen van de overheid. Onder haar toezicht raakte het verder in verval.

Onkruid en klimop overwoekerde de ooit oogstrelende oranjerie. De Victoriaanse moestuin, die zo veel generaties had gevoed, bracht nauwelijks iets eetbaars meer voort. Struikgewas nam de paden over en verstoorde de zichtlijnen die Zocher bijna anderhalve eeuw eerder ontwierp. De ijskelder, die ooit Dubbeldammers van ijs voorzag, raakte in de vergetelheid. De luister was verdwenen.

Nu, terug in liefdevolle handen van particulieren, transformeert het landgoed Dordwijk langzaam maar zeker in de magnifieke wijkplaats van weleer. De oranjerie koestert ’s winters weer citroen- en sinaasappelbomen. De in oude glorie herstelde moestuin brengt een overvloed aan kruiden, groenten en fruit voort. Kippen scharrelen er hun kostje bij elkaar. ‘Vergeten’ groenten floreren in zorgvuldig aangelegde bedden en in de gerestaureerde druivenkas.

En de zomereiken? Daar zit nog wel een paar honderd jaar leven in. Een leeftijd van een half millennium is voor deze boom der goden niet ondenkbaar. Nu is het landgoed waar ze geworteld zijn ingeklemd tussen woonwijken, de rondweg en het gezondheidspark. Zij vertegenwoordigen wat was en wat nog zal zijn. Ze hebben de tijd aan hun zijde … Stadswandelaar Nettie

Nieuwsgierig geworden? De IVN, afdeling Dordrecht organiseert eenmaal per maand een wandeling op het landgoed Dordwijk. © Tekst: KortwegDekker

Een pracht muur

In onze tuin in La Roche groeien deze bijzonder mooie vetplantjes, Donderblad (Sempervivum) genaamd, samen met de Steenbreekvarens (Asplenium Trichomanes) op één muurtje.

Wat prachtig om te zien wat er allemaal voor moois op de muur groeit!   

Deze vetplant is zeldzaam ingeburgerd in het Maasgebied en de Ardennen. 

Hij wordt al eeuwen als sierplant gekweekt in rotstuinen en toegepast op oude daken en muren. Vroeger plantte men deze plantjes op de nok van het rieten dak. De planten nemen veel water op. Als de bliksem insloeg, zou Donderblad er dus voor moeten zorgen dat het vuur minder vat kreeg op het riet. Het plantje werd dan ook wel Donarkruid genoemd.

In de rode bloemen die op de oude rozetten komen, zagen onze voorouders de rosse baard van Donar, de dondergod. Als je een ontstoken schrammetje had of een puistje, gebruikte men een huislookblaadje. Het velletje werd eraf gehaald en de groene moes werd op de ontstoken huid gelegd. Ook aften werden op die manier te lijf gegaan en kleine brandwonden zouden niet meer zo’n pijn doen en vlugger genezen, als je er gepelde blaadjes oplegt.

De steenbreekvaren groeit op muren en rotsachtige grond.
In Nederland is deze soort zeldzaam, waar de plant in Limburg vaker voorkomt. De plant is in Nederland wettelijk beschermd.

Naast deze groene varianten groeit er ook een kleurrijke plant.

De Dwergmispel (Cotoneaster) is een geslacht uit de rozenfamilie.
Alle plantdelen, maar vooral de vruchten zijn (iets) giftig.

In de herfst vind ik deze plant op zijn mooist. 

Stadswandelaar Jo

Enjoy the autumn!


De herfst is altijd een van mijn favoriete seizoenen geweest. Het is zo fascinerend om te zien hoe de natuur zich in slaap sukkelt om de lange winter te kunnen doorstaan. De bomen die hun bladeren in hun mooiste kleurpaletten te voorschijn toveren sieren het landschap. Een wandeling door het bos brengt me helemaal in de verukkelijke trance van het “Een met de natuur zijn”. Stadswandelaar Jurgen

Spruitentijd

In de winkels komen langzaam aan weer volop netjes spruitjes (Brassica oleracea convar) te liggen. En dat is te merken op de akkers. Ik trof deze akker, gedeeltelijk geoogst aan. Op het geoogste gedeelte liggen een hoop achtergebleven spruiten, wat heerlijk voer voor onder andere hazen blijkt te zijn. Helaas heb ik nog geen goede foto van de hazen op het spruitenveld, aangezien ze steeds wegrennen zodra ik eraan kom.. Stadswandelaar Gisela